Ha een camera. Bij het stadhuis filmde een cameraploeg. Het bolletje van de microfoon stak een eindje boven de koppen uit. Ik keek nog eens goed en zag Prem staan. Hij holde op een drafje in de richting van een donkere Opel. Zijn kop stak sneller door de deuropening dan het hoofd van de persoon die uit moest stappen. Een spervuur van vragen knalde los.
Ik fietste voorbij, keek nog eens om en zag Ali Bouali met Prem aan zijn zij. ‘Maar ik ga nu eerst naar Annemarie Jorritsma, want daar heb ik een afspraak. Straks sta ik je met alle plezier te woord. Ik laat haar niet wachten omdat jij mij zonodig moet hebben.’
‘Dan ga ik toch gewoon mee naar Annemarie’, klaroende de stem van Prem door de kou.
Ik ben toen maar heel snel verder gegaan.