De broek hangt op de knieën, tenminste het lijkt of de broek daar hangt. De jongen die erbij loopt, draagt de broek op precies dezelfde hoogte. De klep van zijn petje wijst naar links, terwijl de klep van zijn vriend naar achteren staart. De broek bestaat vooral uit zakken, waar niks in lijkt te zetten.
‘Retegoed man’, hoor ik de jongen tegen de andere jongen zeggen. Het meisje dat bij hen loopt, draagt niet zo’n vreemde pofbroek. Zij praat zo snel dat ik geen woord uit de korte zinnen kan opvangen.