Een politicus zegt iets raars. Hij denkt dat de camera’s uit zijn, maar ze zijn aan en nemen de uitspraak op. Dan komt het op televisie, niemand weet het, een telefoon gaat en de paniek fietst. Een weekend van bellen, overleggen en ander geschut volgt. Dat terwijl Boekestijn net dacht een weekendje voor zijn geliefde te hebben.
Dan zegt hij dat het hem spijt, hij het niet zo bedoeld heeft en dat het uit zijn context is gehaald. De zinnen ervoor en erna zeiden wat anders, maar nu komt het heel onhandig eruit.
Sorry, sorry, het spijt me, ik had dat niet zo moeten zeggen. Daarna draaien de camera’s en hebben ze ineens geen commentaar, omdat de politicus waar het om draait, het woord voert.

Terwijl ik dacht dat het item om Maarten van Rossem draaide in plaats van Boekestijn.