We vonden het toestel op Marktplaats en Inge belde haar op. De verkoopster wilde 75 euro voor het toestel hebben en wij vonden dat teveel. Gisteren belde ze terug en mochten we hem ophalen voor 50. Er hadden meer mensen hetzelfde bedrag geboden, maar wij waren de eerste. Inge waarschuwde me dat het best een oudere mevrouw kon zijn.
Ik reed naar Huizen en zette hem keurig neer bij nummer 46. Een hond blafte toen ik de bel indrukte. Even voelde ik mij als Frans Bromet die zoekt naar de verhalen achter de advertenties. De vrouw deed open, met de hond onder haar arm. Onhandig gaf ik haar een verkeerde hand, want de hond hing daar zo op de rechterarm. ‘Hij doet niks, maar hij is zo enthousiast.’ Ze mocht hem van mij op de grond zetten en het dier landde met zijn voorpootjes op mijn bovenbeen.
De televisie stond al klaar onderaan de trap. ‘Ik heb hem de buurjongen naar beneden laten tillen, het leek me zo rot als je dat alleen moest doen.’ Ik vond het jammer dat ik nu het beeld niet kon zien, maar het zou echt zeurderig zijn als ik nu vroeg om het ding aan te zetten. ‘U heeft een nieuwe gekocht?’ vroeg ik. ‘Ja, kom maar mee. Wil je een kopje koffie?’ ‘Nee, dank u. Ik moet gelijk weer verder straks.’ Ik vreesde gedoe met in een pannetje roeren, een vliesje over de melk en een bruingele tint in het kopje. Achter haar aan liep ik, de woonkamer in. ‘Ik ben maar alleen, ziet u. Mijn man is overleden.’
Een gelikte flatscreen stond er op een groot eiken televisiemeubel. De letters ‘LG’ waren keurig in het midden, onder het reuzenscherm, zichtbaar. ‘Ik heb hem zondag in Almere gehaald. Alleen lukt het mij niet om digitale televisie te krijgen. Het kastje van Ziggo doet het niet.’ De televisie flikkerde aan en ze rommelde wat met het kastje. ‘Kijk, het lampje moet rood branden, maar het brandt alleen maar groen.’
Ik voelde mij even een Ziggo-monteur, maar besefte dat dat uren kon duren en het lampje groen zou blijven branden. Mijn ogen en onwetendheid konden daar niets aan oplossen. ‘Tja’, zei ik al verontschuldigend. ‘Ik heb daar echt geen verstand van, maar wordt u een beetje netjes geholpen door Ziggo?’ ‘Ik heb gisteren een kwartier moeten wachten aan de telefoon en toen werd hij erop gegooid.’ Ze had pas de oude computer van haar dochter gekregen, maar kon er nog niet zo goed mee overweg dat ze het probleem aan internet kon vragen. Ze wees naar de laptop die dichtgeklapt op de eiken eetkamertafel lag. Een draadje stak aan de achterkant uit en snoerde over de tafel heen, tussen twee stoelen weg naar beneden.
Of de monteur van het televisietoestel haar niet geholpen had bij de installatie, vroeg ik. ‘Nee, ik heb hem zondag met mijn schoonzoon in Almere gehaald, het scheelde honderdvijftig euro.’
We tilden het loodzware televisietoestel naar de auto. De hond was in de kamer opgesloten vanwege de loopse teven in de buurt. Zij droeg mee. ‘Denk je aan je rug?’ Ik vreesde meer voor de afstapjes en dat zij zou struikelen. ‘Nee, hoor’, antwoordde ze. ‘Ik ben nog heel fit hoor.’ Ze hield na mijn waarschuwende taal over de autoklep die ieder moment naar beneden kon vallen, de klep vast. ‘Ik heb zelf ook een auto en rij nog hoor.’
Ik liep weg met de afstandbediening, de gebruiksaanwijzingen in de tien wereldtalen en het Nederlands. ‘Weet u wanneer ik ze ga bellen, zondagmorgen.’ ‘Zou dat helpen?’ vroeg ik. ‘Zeker weten, dan hebben ze wel tijd voor me. Rij je wel voorzichtig?’, vervolgde ze. Ik kon geen antwoord geven, want zij gaf het al: ‘O natuurlijk, je vrouw had het al aan de telefoon gezegd dat je heel voorzichtig zou rijden.’