Station Weesp, zondag aan het einde van de middag. Het lijkt al het holst van de nacht, zeker ook omdat de wind tussen de benen gluurt en schuurt. De trein vertrekt vlak voor mijn neus en ik trek de deur open van het wachthokje. De deur voelt op een of andere manier heel zwaar en kraakt in zijn scharnier.
Als ik op het ijskoude stoeltje zit en de koude via mijn billen naar binnen voel trekken, stapt de rest van de overstappende reizigers het hok binnen. De ramen hadden er net zo goed niet in kunnen zitten, want overal is het guur.

Een jonge vrouw staat met een meisje in haar armen. ‘Mama, ik heb je gemist’, zegt het meisje. Haar capuchon heeft een kraagje van nepbont. De trots van moeder straalt warmte om zich heen. Ze zet het meisje neer. Ze leunt met haar rug tegen de deur en laat de deur zachtjes klapperen. Ik zie het meisje, de dikke lippen en grote ogen doen mij direct denken aan Rudy uit de familie Huxtable. Haar blik werkt vertederend, net als het filmsterretje uit de Amerikaanse serie van de jaren tachtig.

Ik laat me meevoeren door het boek dat in mijn schoot opengeslagen ligt. Portugal en de warmte lachen mij via Komrij toe. Hoe leuk kan collecteren voor een kapel zijn. Bij Komrij lag je de tranen en krijg je de tuiten er gratis bij.

Als de trein is binnengereden en ik met jas en al mijn boek weer opensla, kijk ik op. Ik zie een grote bril, een onverzorgde baard en een buik die boven een tricotbroek zweeft. Weer een televisieheld bekruipt mijn gedachten: vader Jim Royle, van een andere familie, de Engelse Royle Family!