Een klein weekje ligt een smeuige drol vlak voor ons huis. De kleur is zo oranje dat hij in het donker bijna licht geeft. Een metertje of vijf verder, aan de andere kant van het trapje naar ons huis, ligt precies eenzelfde drol. De producent zal ongetwijfeld bij dezelfde hond liggen. Dat zoveel drol überhaupt uit een hond kan komen.
Vandaag keek ik uit het raam en zag een groepje meiden langsrennen. De vroege pubers namen de hele breedte van het pad en een meisje stopte ineens. Ze hield haar schoen omhoog en ik hoorde een geluid vol afgrijzen. Ze keek me zo aan, dat ik me ter plekke verantwoordelijk voelde voor die smerigheid.
Haar schoen schoof ze over de tegels, alsof dat haar zou verlossen van de drap. Vreemd dat je altijd wel ziet hoe iemand er in trapt, maar nooit dat een hond zo’n geval voor mijn deur aan het droppen is.

Hondenpoep is smerig en onfatsoenlijk. Niet de hond, maar het baasje is er verantwoordelijk voor. Ik loop altijd braaf met een schep achter mijn producent aan. Een tijdje terug liep iemand voorbij. ‘Wat fantastisch dat je dit doet. Echt grandioos.’ Aan zijn hand liep een grote hond, die net een hele hoop uit zijn gat liet glijden van het taluut langs de gracht.