Hoe heerlijk kan het zijn om op kerstmorgen te hollen door de polder. Geen mens kom ik tegen, soms een verlaten hardloper of een verdwaalde wandelaar met een hond. Alleen de kale boomstruiken wijzen in de richting waar de wind vandaan komt.

De drukte van normaal is de leegte nu. Ik zuig alle eenzaamheid op en voel mij een holler in de richting van het geluk. Nog even en ik ben thuis, dan gaan wij ook naar de familie voor een kerstmaaltijd.

Soms moet je het op een hollen zetten.