Het galmt over de gracht, stopt abrupt, draaft dan weer verder en de tong struikelt nog eens midden in een woord. Ze loopt langs mijn raam, stopt, keert zich om, ijsbeert een paar meter terug en draait midden in een zin weer om. De route vervolgt ze even, druk pratend.

Het mobieltje drukt tegen haar bruine hoofddoek. De jurk sleept vlak boven haar zwarte schoenen en steekt een luttele centimeter onder de lange, donkere jas uit. Het verhaal gaat verder, de ijsbeer loopt zijn meters en ik verbaas me over de telefoon die door het stof heen praat. De rieten schutting lijkt het hek waarachter ze zich schuilhoudt. Alleen het verhaal schalt verder, langs de heg en over de gracht.

Even knuffelen moderniteit en traditie elkaar. Ik schrijf het op en het is verdwenen.