Een leeg schap, iets verderop weer een leeg schap. Alle pakken met oliebollenmix zijn uitverkocht in de Albert Heijn van Stedenwijk. Ik vervloek de man die de voorraden beheert, altijd komt deze vestiging tekort wat anderen goed op voorraad hebben. Oudjaarsdag is net begonnen en de oliebollenmix is op. Het moet een man zijn die deze voorraden beheert en een vriendje van de manager, want ik had deze man allang van zijn taak ontdaan.

Doorgereden naar de volgende dichstbijzijnde winkel, ook een Albert Heijn. Ik vlucht de winkel in, trek een scanapparaat mee in mijn haast en ren in de richting van de bakproducten. Een leeg schap, alleen de bakmix is royaal vertegenwoordigd.

Een vakkenvuller loopt mijn richting op. ‘Ik zoek oliebollenmix, is die er nog?’ vraag ik met haast in mijn stem. De jacht is geopend, daar kan geen crisis tegenop. Zelfs een recessie bestaat niet meer in mijn gedachten. Hamsteren is het toverwoord.

Een andere jongen met een wagentje vol met plastic vulbakken loopt mijn richting op. In de bovenste bak liggen pakken die op mijn oliebollenmix lijken. De vakkenvuller kijkt mij lodderig aan. ‘Als ze er niet meer staan, zijn ze op.’ ‘Nee, daar aan de kopse kant liggen er nog’, snelde een stem achter mij.

Een rondborstige dame gehuld in een strak krijtstreeppak, helpt mij uit deze brand. Mijn tekort wordt ter plekke opgevuld door de manager. Zij heeft haar voorraad wel op orde. Ik bedank haar voor haar attentie, maar ze heeft zich al omgedraaid en corrigeert haar jongens op klantvriendelijkheid en inleven in de klant. Iets waar Albert Heijn heel sterk in schijnt te zijn, las ik laatst.

Als ik bij de kopse kant sta, naast het toiletpapier twijfel ik over Honig of Koopmans. Ik neem de Koopmans mee. Bij thuiskomst blijk ik het verkeerde pak te hebben meegenomen. Het geeft niks, oliebollenmix is oliebollenmix.

Het eindresultaat in drie schalen.