De zeepresten bleven de laatste tijd liggen in het bad. Het leeglopen duurde ook heel lang en het irriteerde mij wel dat het water niet zo snel verdween als eerst. Nu bleef het water dobberen en druppelde het bad uit, traag en oneindig, een groep zeepbelletjes en strepen achterlatend.

We hadden nog een flesje ontstopper en die lieten we glijden in de afvoer. Het mocht niet baten, maar we hoopten op de korrels die we lieten vallen tussen de zes gaatjes. Een vleugje water en daarna weer een paar uur wachten. Na afloop hingen wij over de badkuip en tuurden het water weg. Het ging weg, maar toen keken wij allang niet meer, zo traag verdween het.

Vandaag hengelde Inge de keukenontstopper uit het kastje in de schuur. Weer een scheut, de laatste, en ging de weg die het water hoorde te gaan. Ongetwijfeld stuitte het venijnige middel op een bos haar waar een Neanderthaler jaloers op zou zijn. De weinig lege plekjes lieten nog een beetje water door, maar het middel zou de klus in zes uur klaren. ‘Klaar terwijl u slaapt’ bolde de tekst mee op de fles.

Net in bad geweest en vol spanning het water laten weglopen. Opnieuw deinde het water traag en oneindig in de hoogte. Het is al een halfuur geleden en het bad is nog niet half leeg. Het lijkt wel of de missie nog wel een vervolg krijgt.