Een dag na alle gebeurtenissen is het de tijd om de balans op te maken. Bij mij in de straat valt het allemaal mee, af en toe een dun houtje van een gevallen vuurpijl en soms een rood bed van papiertjes, losgeknald van het kruit dat het omwikkelde.

Wat verderop bij de Velsenbrug tref ik vandaag de schade van de brand die er gisteren woedde. Juist toen ik de hond gisteravond rond tienen uitliet, zag ik dikke rookpluimen van daar komen. De vlammen kwamen al een meter of twee hoog. ‘De brandweer is al gebeld’, merkte een voorbijganger op die mij verontwaardigd zag kijken hoe hier moedwillig iets moois in de fik was gestoken.
De muren van het trapportaal zijn aangevreten door het vuur. Dit is al het tweede brandje deze week op deze plek. Eerder deze week moest de brug het ontgelden. Een deel van de regenpijp is weggeslagen. Het verbaast mij dat het kozijn heel gebleven is en er niet meer door de vlammen is gegrepen. Het leek gisteravond allemaal erger te worden, dan wat ik nu zie.
Nog weer verder is het Velsenpad een veldslag. Een bewoner verschept een uitgewoede brandhaard. Het vuur laait weer op en de rookwolken vermengen zich met de stofwolken die de man loswoelt.
De brug over de Stedendreef, de Noord-Hollandse Poort is helemaal aangetast door een brand. Het wegdek is door de warmte van het vuur helemaal opengebarsten. Het fietspad is niet meer begaanbaar voor het fietsverkeer.
Ik vraag mij af wat de lol aan deze vernielingen is. Als Oudjaarsavond het excuus is om de boel te mollen, dan mag het van mij afgeschaft worden.