Een man en een meisje zitten naast elkaar. Hij is kaal, grijze haren laten zien dat hij ergens in de vijftig zijn. Hij draagt een krijtstreeppak, waarbij gele krijtjes op het donkere bord de lijntjes hebben getrokken. Het meisje met krulletjes en een kauwgumpje in de mond. De trein rijdt net weg uit Utrecht Centraal, met een lichte vertraging.

Dat hoort, als de treinen op tijd gaan rijden, dan kan de NS worden afgeschaft. De man kijkt in een boekje waar iets met kwadraatberekeningen op staat. Het meisje luistert naar muziek die door haar MP3 speelt. Ze houdt hem heel goed vast met haar mond en wrijft het ding soms over haar lippen. In gedachten verzonken, of gewoon luisterend naar de herrie die haar oren binnen tettert. De man onderbreekt haar overpeinzing.

– ‘We leven nu veel luxer. Als ik om mij heen kijk denk ik dat jullie veel luxer zijn opgegroeid dan ik veertig jaar geleden.’
/ ‘Ja, we zijn hard vooruit gegaan. Je hebt nu veel meer dingen als dit’, ze houdt haar MP3 speler omhoog. ‘We zullen wel blijven vooruit gaan, over twintig jaar dan zitten de jongeren met nog meer dingen die nog meer kunnen.’
– ‘Kom je van School?’
/ ‘Ja.’
– ‘Wat doe je?’
/ ‘Ik zit op het grafisch lyceum.’
– ‘Je bent zeker veel vrij?’
/ ‘Nou dat valt wel mee.’
– ‘Je wilt kunstenaar worden zeker.’
/ ‘Ik wil hierna naar de kunstacademie. Ik wil fotograaf worden. Mijn broer doet journalistiek, dan kunnen we samen op reportage.’

Heel hard gaat de telefoon. Het meisje houdt haar MP3-speler tegen haar mond aan en schreeuwt: ‘Nee, we staan nog stil bij Hilversum Sportpark… Ja, dat weet ik niet… We rijden nog niet… Ik denk dat we zo gaan rijden… Nee, ik bel wel als ik er ben, ja?’

– ‘Dat is avontuurlijk, je hebt wel een avontuurlijke inslag.’
/ ‘Ja, ik wil graag op reis en dan reportages maken.’
– ‘Dat motorcrossen is geweldig, Dat zijn mooie en heftige ervaringen.’
/ ‘Het is leuk om ervaringen ook aan anderen te vertellen. Het moet niet te gevaarlijk zijn anders dan kun je het niet meer vertellen.’

Hij mist het cynisme. Weer gaat de telefoon. ‘Nee, we staan nog steeds stil… Hilversum Sportpark ja… Ik heb geen idee hoor… Nou gaan de deuren dicht… Ik denk dat we vertrekken… Ik bel je zo wel, ja?’ Ze gaat verder tegen de man, de MP3 speler zakt weer. ‘Motorcross, dat is wel tof.’
– ‘Je moet er wel conditie voor hebben, anders val je ervan af.’
/ ‘Ik rook, dus ik heb niet veel conditie.’
– ‘Als je gewoon een halfuurtje per dag loopt heb je een goede conditie.’
/ ‘Ik heb een keer een survivaltocht gemaakt in de Ardennen. Zo met abseilen en zo.’
– ‘Daar heb je wel techniek voor nodig, is het niet?’
/ ‘Nou, dat zou ik niet weten hoor.’
– ‘Ja, volgens mij is dat hartstikke moeilijk.’
/ ‘O, wij deden het zo.’
De trein stopt, het meisje staat op.
– ‘Moet je er hier uit?’
/ ‘Ja, een fijne dag verder en tot ziens meneer.’
– ‘Ja, een fijne dag.’