De wegen zijn ondoorgrondelijk, vooral het theater op en rond de wegen. Bij mijn tocht naar Leiden vanavond over de A9, zocht ik weer aansluiting met een vervolgweg. In de bocht die ik nam, keek ik uit over een klein binnenmeertje.

Een flinke plas eigenlijk. Ik zocht de afstand tot de auto’s om me heen en keek nog eens goed. Het licht viel voorzichtig in het water. De herrie van de snelweg viel weg. En overal vogels. Het hele wateroppervlak bedekte zich onder een laag vogels.

Vlak naast elkaar, tegen elkaar, dobberden ze en tuurden in de richting van de auto’s. Alsof ruimte niet bestond en de vogels in een meer veranderden, van veren en snavels. De ogen kon ik onmogelijk zien van deze afstand, maar ze tuurden naar mij, naar de snelweg. Dat voelde ik.

Tot ik weer de aansluiting gevonden had, keurig in het gelid met de anderen en de vogels langzaam in mijn achteruitkijkspiegel verdwenen.