De bouw van een glasvezelhuisje gooide roet in het eten. We zouden een maand of vijf geleden al de kabel hebben gekregen, maar gisteren rukte het arbeiderslegioen ineens op. De Amsterdamweg lag opengebroken, zag ik bij het binnenrijden van ons steegje. Dat kon niet lang meer duren, bedacht ik mij.

Vanmorgen stonden twee bouwlieden voor ons huis. De ene peuterde een rolmaat naar binnen, hij trok hem er weer uit en mat nogmaals de lengte vanaf ons trapje tot de struikjes. De andere man keek een tikkeltje onnozel naar binnen. Een muts probeerde de ergste koude buiten te houden.
Daarna begon alles, werd gegraven, diep gegraven, een bundel kabeltjes erin gelegd en daarna bezochten ze de huizen. Telkens een kabeltje minder. Het laatste kabeltje werd bij ons naar binnen getrokken. Een krijtkruisje vermeldt waar het naar binnen gaat. Ze hebben in ons kruipluik gehangen en daar steekt nu een oranje draadje naar binnen.
Het is zover, de glasvezel ligt erin en is klaar om ons internet nog sneller te laten lopen. Of zoals Herman Finkers zei in zijn nieuws: ‘Glanerbrug heeft kabeltelevisie. Wanneer Glanerbrug riolering krijgt, is nog niet bekend.’