Hij waggelde binnen, achter zijn ronde buik aan. Om zijn nek hing een sjaal, zwart geworden van zweet en ettelijke keren op de grond vallen. De jas viel open en een rood bloesje omspande de forse buik. Hij liet zijn armen op de toonbank rusten en hing wat naar voren. ‘Kate Winslet, Kate Winslet’, riep hij in de richting van het meisje dat met de rug naar hem toe stond. Ze liet een visje in bak met deeg glijden, klopte het zachtjes uit met zachte plofjes tegen de rand van de emmer, trok het omhoog en liet het traag het frituurvet in zakken. Ze negeerde hem, maar haar ogen keken hem aan met een groot vraagteken vanuit de rug.

Naast mij stond een vrouw met een bril, de haren kortgeknipt. Ze keek meewarig in de richting waarna ze haar positie voorzichtig verschoof naar mijn andere kant. Ik zag nu grijze plukjes haar schieten uit de donkere haren. Ze schoten net zo heel ver naar buiten. Hierdoor viel zijn ongeschoren gezicht misschien wat beter op. De ogen keken lodderig naar buiten en staarden nog altijd naar de rug van het meisje. ‘Kate Winslet, Kate Winslet’, herhaalde hij.

Iedereen werd een beetje onrustig van het onverwachte bezoek. Een man stond op van het tafeltje waaraan hij zijn gebakken visje had opgepeuzeld en liep naar de vuilnisbak waarin hij zijn lege bakje wierp. Hij gaf mij een knipoog, om het vreemde gedrag van de man te bevestigen. Het paste ook niet bij de sjieke uitstraling die deze viswinkel had gekregen. Ik kende Bal als een kraam waarvoor altijd rijen mensen stonden. Nu was het iets van een visboetiek gevonden. ‘Visje eten met collega’s in de pauze?’ stond achter het meisje dat het lekkerbekje in het vet had laten glijden. ‘Bel Bal’.

De man werd ongeduldig, zoals het hoort bij dronkaards. Een flinke boshaar puilde uit de hals die ontstaan was doordat het bovenste knoopje van het rode bloes niet dicht was. Hij begon wat meer te joelen en de jongen achter de hippe toonbank, kon hem niet meer negeren. Hij keek ernstig wat hij wilde. ‘Een broodje Winslet, een broodje Winslet’, riep de man. Hij antwoordde met een blik dat hij het niet begreep. De man keek hem eveneens onbegrijpend aan. ‘Een broodje Winslet verkopen we niet.’ De man gebaarde naar de haringen die keurig in het gelid lagen, zoals dat bij een visboetiek als deze hoort. ‘Ik bedoel een broodje haring, met veel uitjes en groentes. We moeten ook aan de gezondheid denken.’ Hij aaide over zijn buik zonder dat hij het in de gaten had.

Een vrouw met een felblauwe jas stapte ondertussen de winkel in. Ze droeg een band om haar nek die erg aan de reddingsband van een schip deed denken. Haar blonde haren vielen volgens de laatste mode naar beneden en ze ging tussen mij en de Kate Winslet aanbidder staan. ‘Hé jongedame’, probeerde hij charmant uit te stoten. ‘Jij lijkt op iemand die ik ken’, vervolgde hij. Het oude versiertrucje leek te werken, want ze reageerde met een vragende blik. ‘Annie, Annie bij mij uit de buurt. Daar lijk je op. Ken je haar?’ Ze was beleefd tegen hem en gaf aan geen Annie te kennen. ‘Misschien is het een dubbelganger.’ ‘Ken je haar niet?’ vroeg hij opnieuw, alsof het zou helpen dat de dame met de blauwe jas Annie zou kennen. Opnieuw gaf ze aan haar dubbelganger niet te kennen.

De jongen achter de toonbank had de haring op het broodje gelegd en deed er de uitjes over. ‘Wilt u er groenten bij?’ vroeg hij. ‘Nee, bah’, zei de Kate Winslet liefhebber. ‘Het is niet voor mij, ik geloof nooit dat hij er van houdt.’ Hij pakte het zakje met het broodje Kate Winslet en liep in de richting van de dame met de blauwe jas. ‘Ze heeft ook blond haar en blauwe ogen.’ De vrouw schudde nee alsof het zou helpen zich van de man te verlossen. Hij liep vlak langs haar heen, naar de deur. ‘En ze heeft net zo’n blauwe jas. Ken je Annie echt niet?’

Niemand gaf nog een antwoord. Hij keek nog eens om en liet de automatische schuifdeuren opengaan. De zaak gaf een lichte zucht van verluchting. Het leek of de dode vissen in de vitrine even opveerden van vreugde. Iedereen staarde weer vooruit en niemand zag hoe de man zich nog een keer omdraaide en uitvoerig alle ruggen van de mensen bestudeerde. ‘Kate Winslet’, zag ik de lippen bewegen. Of iets anders, het was te lang voor Annie.