De stem snerpt door de donkere ochtend. Het spoorviaduct is de klankkast van deze klaroenstem. Je proeft dat de lucht zich door het nauwe gaatje van de stembanden perst. Ook als je probeert niet te luisteren, hoor je de stem toch.

‘Ja, dat is zeker niet om te lachen’, vertelt ze de Spitsuitdeler. Ik moet mij tussen hem en haar wringen om een krantje te bemachtigen. ‘Ze hebben hem geschorst.’ Het gesprek gaat verder, ik probeer mijn saldo van de Chipknip op te vijzelen. ‘Ongeschikte pas, ga naar bank’, vermeldt het display.

‘Ze zijn verschrikkelijk. Hij heeft even vastgezeten, maar dat zo’n verkrachter gewoon rond mag lopen.’ Ik sta met de rug naar haar toe en probeer te bedenken hoe ze eruit zag. Ik zie een winterjas in rood en wit, met letters, een beetje plasticachtig. ‘Het is toch schandalig’, reageert de stem op de krantenverdeler, die ik alleen maar hoor mompelen.

Je zou maar zo’n stem hebben, bedenk ik, terwijl ik voor de derde keer het pasje in het gleufje duw. Voor de derde keer vertelt het apparaat dezelfde mededeling. Eigenwijs en hardleers.