Het is een gewoonte die ik ergens in de middelbare schooltijd ontwikkelde. Op de eerste dag van de boekenweek koop ik een partijtje boeken om dat boekenweekgeschenk te bemachtigen. Het goedkope essay haal ik er ook altijd bij.

Dat het boekje altijd teleurstelt en zelden aanspreekt, is iets om verdrietig van te worden. Maar zoals het met alle slechte gewoontes gaat, trap ik er altijd weer in.

Het begon met het boekenweekgeschenk van Leon de Winter, dat door het verbod op de reformatorische scholen wel iets moois moest hebben. Het viel bitter tegen, ook al kreeg ik een paar dagen later een tweede exemplaar van de lerares Nederlands. Wij als volwassenonderwijs vielen buiten de boot, maar de juf kende nog iemand van zo’n reformatorische school die het zonde vond om de boekjes bij het oud-papier te doen. Een boek is een boek, ook al wordt er in geneukt, dacht zelfs de streng gelovige die even vergat wat er allemaal wel niet in de bijbel gebeurt.

De boeken die ik na De Winter kocht vielen stuk voor stuk tegen. Een roman schrijven in opdracht is een lastige klus. Ik moet nog aan Tim Krabbé beginnen, ik ben benieuwd.