Hij zucht nog eens hard, hapt een flinke hap adem naar binnen en tettert het mobieltje in. ‘Ik probeer je dat uit te leggen. Ik kan echt niet op wintersport. Mijn ouders hebben net 500 euro uitgeleend voor het huis en ik ben net twee weken terug van wintersport. Dan kan ik toch niet weer gaan, weet je.’ […] ‘Nee, je moet het echt eens begrijpen. Je moet er eerst met de auto heen, dat kost 70 euro, je moet een skipas, dat is 25 euro.’ […] ‘Nee, niet totaal, per dag. En ik heb geen snowboard, dus die moet ik huren. Weet je hoe duur dat kost?’ […] ‘Nee, snap het nou Saar. Ik kan het gewoon niet betalen. Je snapt het niet, geloof ik.’ […] ‘Dat probeer ik uit te leggen. Als je pappie en mammie alles betalen, dan is het echt anders. Maar ik moet nog afstuderen ook en ik kan toch niet weer om geld vragen. Ik kan het gewoon niet verantwoorden tegenover mijn ouders. Snap dat nou toch.’ […] ‘Ik ga ophangen Saar, ik heb geen zin hier ruzie over te maken over een vakantie. Drie dagen Winterberg kan gewoon niet, snap dat dan. Nou, daag Saar’ [hangt op] ‘Kutwijf.’

Even later weer een hap lucht en dan weer het dunne metaaltje tegen het oor. ‘Nee, Saar. Ik probeer je uit te leggen dat het niet kan. Het lukt gewoon niet, klaar. Dat moet je begrijpen.’ […] ‘Lenen, gaat echt niet lukken. Dat kan ik toch niet verantwoorden tegenover mijn ouders.’ […] ‘Nee, die ook niet. Dan krijg je weer dat van Thailand. Die honderd euro, dat heb ik nog jaren moeten aanhoren. Het kan gewoon niet. Snap je het nou Saar.’ […] ‘Saar!’ […] ‘Saar?’