Een kuil in Keulen
is gezonken tot een diep
zwart gat waardoor
de Oebaan raast

Hij konkelt, kolkt en slokt
van woede de stad
en haar archief naar
binnen in één grote schrok

Papiertjes dwarrelen
en dempen een kuil
beneden want niemand
vertelt en bekent schuld

De dader ligt begraven
onder de dikke laag puin
ergens zwerft een briefje waarop
staat: ‘hier komt de oebaan’