Ze kwamen uit het bosje rechts. Eerst een beetje aarzelend passeerde de eerste het fietspad en dook in het bosje links van het fietspad. Hij werd gevolgd door een tweede, een derde en een vierde. De staartjes zwiepten omhoog, bewust van het gevaar van deze onderneming. Nummer vijf kwam ook uit het bosje en sloot de rij.

Ze staken precies over het fietspad tussen mij en een mevrouw met haar hond in. De vrouw maakte haar hond vast, uit angst dat het dier het wild zou opjagen. Ik holde gewoon vooruit en keek naar de reeën die het fietspad overgingen. Toch bijzonder om vijf van deze dieren op slechts een meter of honderd van de bewoonde wereld te zien lopen. En dat gewoon midden op de dag, het was iets na twaalven.

Dat vond de vrouw met de hond ook. ‘Zag je dat?’ vroeg ze aan mij. ‘Ja, mooi hè?’ antwoordde ik. We hadden allebei genoten van dit korte moment dat je zo’n groot dier in het wild ziet. Daar doe je de hond voor aan de lijn of ga je iets rustiger lopen, want dat is het gewoon waard.