De meeuw zweeft op de wind boven het IJmeer, hij blijft even op mijn hoogte maar laat zich dan meesleuren. Het is genoeg, vindt hij. Wat verderop houdt hij weer stil en zweeft opnieuw, de vleugels balanceren alsof hij op een dun draad staat en elk moment naar beneden kan donderen. Hij laat zich weer vallen en speelt een spel met de wind.