Hij stond op de rand van het perron, een tasje hing over zijn schouder en deinde losjes op de wind. In de halve minuut dat ik zijn rug zag, passeerden vijf verschillende treinen. Zijn geluk kon niet op, fluisterde zijn rug mij toe. Het kale kruintje, dat van kruispunt tussen alle haren een kale rotonde geworden was, glimlachte erbij.

Hoe het verhaal verder afloopt, weet ik ook niet, want een trein, een zesde model, kwam tussen mij en hem in.