Het is wat met die vogels. Het eerste zonnestraaltje schijnt en de tuin is gevuld met gekwetter en getetter. Elke merel zet het op een fluiten en de woerden vliegen al hitsig achter een vrouwtjeseend.

Die zin waarmee de Nederlandse letterkunde begint, dat Hebban olla vogula nestas hagunan, moet in maart bij de zonnestralen tussen twee maartse buien geschreven zijn. Dat is ook zo iets, maart is nauwelijks begonnen of de maartse buien gieten hun nat al over ons uit.