We gingen vanmiddag eventjes naar de kinderboerderij. Het dreigt een heus ritueel te worden op de zondagmiddag, als we in Almere zijn. In het weitje voor het futuristische gebouw lopen opeens twee varkentjes en ook de moedergeit van een kroost van vier.

Als ik met Doris binnen in het futurisme kijk op het bord van de varkentjes staat er een verrassing. Bertje verblijft hier. Waarom, ik weet het niet, maar Bertje is erbij gekomen. Hij schuurde buiten zijn huid tegen het houten hek. Blijkbaar won de jeuk het van de schaamte. Ik krijg zelf altijd gigantische jeuk op mijn rug als ik een dier zoiets zie doen.

Vrijdag fietsten Inge en ik terug van de kringloop, koffieloos naar huis. Onderweg zag ik ineens dat in het hok van Bertje, een ander varkentje verbleef. ‘Bertje is weg’, verzuchtte ik terwijl ik nog een keertje omkeek en het donkere hangbuikzwijntje zijn snuit tevreden tegen de bal zag duwen.

Bertje was inderdaad weg en hij is dichterbij gekomen.