De straten zijn zwanger van het voorjaar. Een vrouw laat haar hond uit. Het dier loopt traag vooruit van de ouderdom die in zijn liezen zwerft. De vrouw hangt een beetje voorover waardoor haar buik nog wat meer hangen gaat. De borsten zitten zo vastgeklemd in het witte shirt dat ze prompt naar voren wijzen, terwijl de vrouw juist wat voorover hangt. Ze hijst aan haar sjekkie, de vingers klemmen nauwkeurig het laatste reepje papier dat nog niet te heet is. De hond heeft net zijn achterpoten naar voren getrokken en laat een reep stront naar op het talud langs het fietspad vallen.

Het is voorjaar, de blaadjes komen nog aarzelend uit de boomtakken, maar ik weet dat het echt zover is. Anders had ik dit nooit zo kunnen zien.