Met de natuur is het net zoals met rokjesdag van Martin Bril. Eerst zie je er eentje en denk je heel snel ‘zou het zover zijn?’ Dan verschijnen ze ineens massaal aan je en blijft er geen twijfel mogelijk.

Tot vandaag had ik nog geen jonge vogels gezien. Het begon tegen het einde van mijn hardlooprondje, bij de Vivaldibrug. Daar openbaarde het eerste meerkoetjesgezin aan mij. Amper uit het ei gekropen, dobberden de rode koppies boven het water. Ik telde er vijf in de gauwigheid.

Ik rende de hoek om van mijn gracht en zag het tweede gezin meerkoetjes. De kleintjes kropen uit het nest als maden uit een kadaver en lieten zich zo in het water vallen. De ouders draaiden hun kop zenuwachtig om zich heen uit angst voor al het gevaar dat ineens zo dreigde. Niets was veilig meer.

Zo kan het gaan. Als je er eentje ziet, word je er opeens helemaal mee bedolven. Precies zoals met rokjesdag.