Ze had zich tegen het treinraampje gedrukt. De tranen rolden over haar wangen en lieten de mascara een klein beetje uitlopen. Ze wreef haar handen in de ogen, maar het verdriet werd alleen maar groter. De man die naast haar zat, sprak zachtjes en legde zijn arm om haar schouder. Ik verstond niet wat hij zei, het was in een taal die ik niet beheers, maar ik hoorde liefde en begrip spreken. Ze antwoordde. De tranen kletterden opnieuw over haar wangen naar beneden zoals het water van een bergbeekje de diepte opzoekt.

Het kon iets lelijks zijn dat haar baas tegen haar gezegd had, want het echtpaar keert terug van een dag werken. Ik zie ze dikwijls in de trein zitten. De man sneed een reepje papier van een enveloppe en begon driftig te schrijven. Ik kon de letters die hij schreef, niet samenstellen tot begrijpelijke woorden. De vrouw snikte ondertussen rustig verder, drukte zich wat meer tegen het raam en veegde af en toe met haar wijsvingers het ergste verdriet weg.

De man was uitgeschreven, het leken meerdere punten te zijn die hij keurig in een rijtje had opgesomd. De vrouw knikte en snikte er nog heel soms bij. Het plan was ontvouwd. De man zwaaide met zijn handen en zette met zijn woorden het geschrevene nog eens kracht bij. Het kon alles zijn, maar zij keek nog altijd verdrietig en somber voor zich uit. De tranen waren opgehouden. Dat wel.