Een grote pizzadoos rust op mijn handpalm. Alsof niemand het zou opmerken staat er ook nog eens in koeienletters het woord ‘pizza’ op de doos vermeld. Iemand zou eens op het krankzinnige idee kunnen komen iets anders in de doos te stoppen.
Ik heb het gevoel dat iedereen mij aanstaart. Een pizza koop je als je langer blijft werken op kantoor. Als je zoals ik langer gewerkt hebt en op het station loopt, dan behoor je een patatje te eten. Ik trek me weinig aan van deze conventie e, trek het deksel van de dooos open en neem heerlijk de partjes van mijn Magarita.