We liepen van spoor 4 naar de Jaarbeurs. De voorste van de groep stopte onder een bord. De kleine lichtjes vormden letters die op hun beurt tot woorden samensmolten. Op de woorden stond onze naam en waar wij verwacht werden. Iemand wilde al linksaf slaan, maar dat leidde slechts tot het rangeerterrein van de treinen. Wij moesten nog de roltrap af, de weg over, de toegangslaan in, de draaideur door en dan nog allerlei hoeken om voordat wij waren uitgerangeerd.

We stonden op de roltrap en lieten ons langzaam zakken, de voorste zette de beweging in en liep richting het zebrapad. Een meisje haalde de pakkenmassa in. ‘Zo’, riep haar vriendin die achter haar aan holde. Ze kon het tempo zichtbaar niet bijhouden. ‘Je loopt met de verzekeringsmensen mee.’ Het meisje draaide haar hoofd om en marcheerde ons tempo mee. ‘Ja, ik loop met de verzekeringsmensen mee.’