Bij de bakker vormt zich op zaterdagmorgen een haag wachtenden. De mensen die op het broodnodige staan te wachten mochten zich afgelopen weekend op een heus wachtwelkom verheugen. ‘Door ziekte kunnen wij u niet zo snel helpen als u van ons gewend bent’, stond op een briefje dat met een plakbandje vastzat aan de kassa.

Het verbaasde mij dat deze tekst met zoveel gevoel voor marketing was geschreven. Vooral ook omdat de wachttijden normaal ook niet de kortste van de stad zijn. Ik vreesde het ergste, maar kwam tegen mijn eigen verwachting in vrij snel aan de beurt. Toen ik wegliep met de broden onder mijn arm, sleurde een lange slinger wachtende broodkopers uit de winkeldeur.

Ik dacht terug aan de DDR-tijd, waarbij ik ook een keer mocht meemaken hoe het eraan toeging. Zo ging er eens het gerucht dat er bananen te koop waren bij de groentewinkel. Normaal was de winkel altijd leeg, niet alleen ontbrak het aan winkelend publiek, ook de schappen waren leeg. Op de morgen van het gerucht stond een lange rij, die zelfs het hoekje van de straat omging. En dat in een dorp van enkele honderden inwoners. Ineens spatte de rij uiteen. Er waren helemaal geen bananen te koop. De vier kilo aardappelen die daarvoor in de plaats kwam, was echter aan de eerste drie klanten vergeven. De rest verliet het wachten.