De merel zong zijn deuntje
Het gras prikkelde de tenen
En de avondzon kietelde
het gelaat dat vooruit staarde

Het Haarlemplein ademde
rust en groen voorbij de treurwilgen
neuriede de dag nog
een hoge noot over het water

Ze klom in de hoogste
touwen gespannen langs
de paal en de wind las
de bladzijden van mijn boek

We lagen andersom
jouw tenen keken
naar haar in de touwen
en mijn voeten zagen jouw ogen

Ik droomde weg in het verhaal
dat ik niet begreep en dat mij
niet wilde verstaan om mij heen
was alles veel mooier dan daarbinnen

Kijk papa hoe hoog ik ben
gilde ze overwonnen
de huizen kaatsten haar trots
terug en de zon knipoogde in goud

Daar liep net je blog voorbij
zei je en ik vroeg wat je bedoelde
Nou daar liep een vrouw
met een klein tasje over haar schouder
en een grote plastic tas met toiletrollen