Als je nu een emmer vol laat stromen met water, naar je kamer loopt en hem dan gewoon leeggooit. Hoe ziet dat eruit?

Nat!

Ik deed moe, maar natuurlijk voldaan, de poort open. Een dag hard werken en ik werd geconfronteerd met een berg zeiknatte handdoeken die op de grond voor de achterdeur lagen. Ik wist nog niet zo goed wat ik hiervan denken moest. De deur vloog open en Inge stuurde Doris de kamer uit. ‘En vertel papa maar wat je gedaan hebt’, volgde met een strenge stem.

Inge dweilde onderwijl het volgende beetje water op van de vloer met een nieuwe handdoek. Doris kon niet veel vertellen, want mijn verbazing overstemde haar. Ze was zelf ook nog te beduusd wat voor een schade een paar liter water kan aanrichten.

Het leek of de gracht zich niet meer kon temmen en zich ontfermd had over onze vloer. Overal kropen plasjes water en zochten een laagste punt. Ik leefde altijd in de veronderstelling dat wij een vloer hadden die waterpas lag, maar het water liet zien dat er altijd wel een pas op de plaats te maken viel. Nattigheid van enkele liters water.

De bron van het kwaad: een drijfnat pluchen poesje dat bovenop de afvoer van het fonteintje in het kleinste kamertje was gaan zitten en zo alles verstopt had. Bovendien had Doris het kwaad wat geholpen, door er wat toiletpapier aan toe te voegen. Ze voelde de nattigheid en zat op de bank rustig haar ouders te aanschouwen die dweilden, terwijl de kraan al geruime tijd dicht zat. ‘Ik wilde mijn poesje wassen. Poesje was vies’, was de verklaring die Doris aflegde.

Nog vermoeider, maar minder voldaan, zaten we een uurtje later op de bank met patatjes. Natuurlijk wilde ik het verhaal horen over de eerste schooldag. Het verhaal was kort en weg was het diefje. We waren het poesje helemaal uit het fonteintje vergeten te halen.

De dorpel die ik drie jaar trots op maat en stevig vastgelijmd had, deed zijn werk goed. In de kleinste kamer lag een plas van bijna twee centimeter dik. De dorpel liet geen druppel door, alleen van boven had zich een waterval gevormd.