Ze bladerde in het gratis krantje toen ik binnenkwam. Ik schoof in de stoel achter haar. De bladzijden fladerden door haar vingers, soms tikte ze met de rug haar hand zachtjes tegen de bladzijde. Haar brede brilglazen gaven haar een strenge blik. Het nieuws dat ze las, las ze ongetwijfeld met dezelfde strenge blik.

Wat verderop, mijn boterhammen waren op en de koffiemok leeg, sloeg ze het krantje dicht. Ze klapte het papier dubbel en legde het krantje op het tafeltje naast haar. Ze boog voorover in haar tas, rommelde wat, er klonk het gekletter van blikjes en stiftjes, en ze haalde een plastic pakje tevoorschijn.

Ze friemelde wat bovenop het pak, trok het plastic los en frummelde er een vochtig doekje uit. Daarna wreef ze elke vinger zorgvuldig schoon, stuk voor stuk. Het vieze doekje gooide ze in het prullenbakje en sloot het deksel met de schone vinger.

Terug bij af, dacht ik terwijl weet ik niet hoeveel bacillen zich tevreden nestelden op de vinger van de strenge dame.