Vandaag iets eerder van mijn werk naar huis om in Utrecht even De Slegte binnen te wippen. Het gaat slecht met De Slegte schijnt. De geruchtenstroom is ondertussen buiten haar oevers getreden en beweert dat er opkopers gezocht worden. En ze zouden Stapelweken hebben, zo zag ik vorige week ineens in een televisiespotje. De Slegte die op televisie dure commercials uitzendt om te vertellen dat ze nog goedkoper zijn. Dan gaat het inderdaad slecht.

Braaf liep ik met een stapeltje onschuldige boekjes in mijn hand. Het stapeltje was zo gegroeid dat ik het al moest wegzetten als ik een ander boek wilde bekijken. Ik stuitte op een hele berg Bilderdijk-en die hoog op een boekenkast gestapeld stonden. Ze waren een beetje weggemoffeld, maar de dichter zou er trots op geweest zijn. Vanaf die hoogte kun je alles goed bezien. Daar zweeft ook de adelaar in het zwerk.

Ik zag daar een paar taalkundige verhandelingen tussen zitten en ander indrukwekkend werk van Bilderdijk dat ik nog niet had. Nergens stond een prijs. Ik vreesde dat het ver boven mijn budget uit zou tornen. De vraag bleef dit keer niet op het puntje van mijn tong hangen, maar ik stelde hem ook. Twee medewerkers kwamen in actie en pakten de banden deeltje voor deeltje om de prijs te achterhalen. De medewerkster zei dat ze de delen alvast op de tafel zou neerleggen. Als ik interesse had tenminste en ruimte. ‘Het is niet zo duur’, zei ze geruststellend.

Ik vreesde al dat ik met een hoge prijs zou worden opgezadeld en schuldgevoel. Door dat schuldgevoel zou ik onmiddelijk de prijs neertellen en de verkoop kon nooit meer teruggedraaid worden. Bovendien zat ik dan met al die boeken opgescheept die verscheept moesten worden naar mijn huis. Ik was met de trein. Dat ging natuurlijk nooit lukken. ‘Ik denk zo’n 125 euro.’ Het stelde mij gelijk gerust en ik liet de twee medewerkers rustig de prijs achterhalen. De andere medewerker was net aan het laatste rijtje begonnen toen de prijs opdook: 145 euro voor de 45 delen, meldde de man. Ik keek blijkbaar moeilijk want de vrouw bood de set aan voor 125.

Nu was er een nieuw probleem. Hoe moest het logistieke transport geregeld worden. ‘Ben je met de fiets?’ vroeg de verkoopster die de eerste delen in tasjes aan het stoppen was. Dat zouden veel tasjes worden, want ze legde ze er naar mijn oordeel al verkeerd in. Haar collega volgde hetzelfde advies op en legde ze precies hetzelfde in de tasjes waarmee snel een tasje of zes gevuld was. ‘Nee, ik woon hier niet.’ ‘Waar woon je dan?’ Ik dorst het bijna niet te zeggen en zei er het andere probleem meteen maar na. ‘In Almere en ik ben met de trein.’

‘Moet je in Almere ver?’ Ik schudde mijn hoofd. ‘Daar is wel wat te regelen.’ Ze kreeg een ingeving. ‘Misschien wil onze stagiair wel meelopen.’ Een magere jongeling werd vanachter een boekenkast getrokken. Of hij het zag zitten mij te vergezellen naar het station? Hij pakte twee tasjes en liep er een rondje mee van Multatuli terug naar Van Heerden en zei dat dit wel kon. Mits er voldoende gepauzeerd werd. ‘U loopt wel kans dat u uw armspieren verrekt’, meldde hij er correct bij. Ik kon mij voorstellen dat zijn taalgebruik hem niet populair maakte bij leeftijdsgenoten. ‘Hoe laat wilt u de trein halen?’ vroeg hij mij. ‘Hij gaat half zes, maar dat gaat wel niet lukken’, riep ik er direct achteraan. Ik zag de wijzer al vertellen dat het kwart over vijf was. ‘Nee dat gaat niet lukken’, merkte de knul op.

We liepen even later door Hoog Catharijne. Ik liep voor, hij volgde. Ik moest hem goed in de gaten houden, want af en toe wilde hij verkeerd afslaan en dan zou ik wel de delen 3 en 4 van de Letterkundige verscheidenheden hebben, maar niet de eerste twee delen. ‘Welk spoor moet u?’ vroeg hij. Toen ik het hem vertelde liep hij prompt naar het verkeerde. Ik corrigeerde hem snel en hij bracht me keurig naar het treinstel.

Daar zat ik met zes tasjes en mijn eigen rugzak ook nog. Ik zweette van de inspanning en belde naar huis. Op het station wachtten geliefde en kroost om een deel van de delen op zich te nemen. Thuis ontdekte ik dat de vermeende 45 delen in het deeltje met de prijs 46 zouden zijn, maar in werkelijkheid 43 bleken te zijn. Nazoek bij de veiling van de boeken van Büch, melden dat het onverkochte kavel inderdaad 43 delen bezit. Nu heb ik een rij aftandse boeken, bij elkaar gehouden met plakbandjes en het is van Boudewijn Büch geweest.

Maar het is vooral een deel van Bilderdijk dat ik nu in huis heb dat ik nog niet kende.