Ik liep op een later tijdstip naar mijn werk. De zon stond hoog en scheen warm op mijn bolletje. Uit het winkelcentrum liepen scholieren met plastic bakjes waarin twee saucijsebroodjes zaten en blikjes cola. Het saucijzenbroodje was hier blijkbaar een populair genoegen. In de honderd meter die ik liep, trof ik vijf jongeren met het plastic bakje aan.

Wat verder liep ik, door de corridor. De winkels omhelsden me. De deuren waren open, fietsen blokkeerden mijn pad en mensen doorkruisden in een winkelhaak mijn pad. Wat verderop in de buurt van de bus, vroeg ik mij af of hij wel vertrekken zou.

Mijn bus reed niet, maar er stond een andere. Terwijl ik in de richting van de halt liep, probeerde een witte taxi die te breed was voor de weg, desondanks toch te keren. Ik zag hem met een vaartje achteruit rijden. Hij knalde tegen de lantaarnpaal die hem in de weg zat. De man trok aan het stuur en gaf gas vooruit. Zonder ook maar eens om te kijken.

Zo kan het ook, dacht ik en zag de deuk in de achterbumper naar mij knipogen. Hoe anders ziet de dag eruit als je op een ander tijdstip de vertrouwde weg gaat.