De meiden gristen in hun zak op zoek naar het treinkaartje. De trein had ergens tussen Hilversum en Naarden-Bussum de tocht met remmen, optrekken, weer remmen, weer optrekken afgerond. De conducteur had een lang verhaal opgehangen over een baanvakstoring en dat niet alles op te lossen was, maar dat we er wel zouden komen. Met vertraging, dat wel.

De dames hadden hun kaartje bijna paraat, maar hij liep in een snellere vaart voorbij dan zijn trein. ‘Dames, blijf zitten, ik kom zo bij jullie. Dit is het kennismakingsrondje.’ Hij sjeesde verder en toen ik een halte later uitstapte, was hij niet langsgeweest. De dames zaten nog altijd keurig op hun plek.