Er klonk een prachtig gefluit door de straat. Het geluid weerkaatste tussen de muren. Ik keek om mij heen en zag verder geen vogel op de dakgoot zitten. Alleen liep voor mij een zwerver, herkenbaar aan het plastic tasje en de baard die zelfs van achteren zwaar uitgegroeid leek.

Het gefluit bleef en de vogel leek gevlogen. Tot ik de bruinverbrande zwerver passeerde. Tussen de haren van neus en baard floot de vogel in alle toonaarden. Heel hard. Daar was dus de vogel.