De marathon van Rotterdam zat nog vers in mijn benen en ik ontdekte de unieke toch van Amersfoort. Uniek omdat hij alleen dit jaar wordt gehouden en omdat hij door en langs allerlei bijzonder plekjes ging. De dierentuin, de brandweerkazerne, de oude werkplaats van NS, de kazerne en het militaire oefenterrein De Vlasakkers en de IKEA.

Een prachtige rit, maar er waren wat nadelen voor lopers als ik. Zo werden de afstanden en de tijden nergens gegeven. Alleen na de eerste vijf kilometer verscheen de tijd, maar al liepen we op de helft over een tijdmeter, er verscheen geen tijd. De afstanden waren eveneens moeilijk te volgen. Zo kreeg ik bij 17 kilometer in de gaten dat ze op de weg stonden gekliederd met witte verf. Wat verderop werd het verwarrend, zo stond er ergens ’30’ en wat verderop ’28’. Dat is lastig om te bepalen waar je bent.

Wat ik ook minder vond was dat vlak na de helft de halve marathonlopers erbij kwamen. Die hadden nog geen vijf kilometer in de benen en daarmee een heel ander tempo. Het leverde veel opstoppingen op en ik was mijn hele cadans kwijt.

Verder alles keurig geregeld, heel veel water, om de twee, drie kilometer stond een drinkpost. Ik heb er zoveel gezien dat ik niet weet hoeveel er waren.

Bij 35 kilometer (als het 35 waren) werd het mij allemaal te zwaar. Ik wisselde gewoon lopen en rennen met elkaar af. Ik vermoed dat ik over de laatste tien kilometer 1 uur en een kwartier heb gedaan. En ik was afgemat. De energie die ik in Rotterdam nog over had, kwam ik nu tekort.

Maar ik heb hem gelopen, de eindtijd? 4 uur 15 minuten en nog iets…