De gouden bocht snijdt het zonlicht
dwars door midden en regent warmte

Achter mij is het een gaan en komen
van lelijkheid en schoonheid, dun en dik,
leed en lief, stiltezoekers en herriemakers

De fietsen stallen het uitzicht
maar de benen passen tussen
een achterwiel en een voorwiel

De gedachten ademenen uit
en zoeken of natuur iets voor
tevredenen of legen is
in deze eeuwen gestapelde stenen

Een vrouw naast mij en de andere
fietsen staart ook aandachtig
het water over en ziet hoe de zon
een herinnering opwarmt

Zend Heer Uw licht en waarheid neder,
fluit het benzinemotortje dat onder
ons door pruttelt en in goud verandert