Schel schalde een beat door de trein. De warmte blies naar binnen door het raampje. ‘We kunnen nog niet vertrekken vanwege een gebrek aan personeel’, was net omgeroepen.

Mijn mobiel internet vertelde dat in Londense metro’s Goethe en Sartre wordt voorgedragen. Het zou allemaal een stuk interessanter worden. Nederlandse treingedichten zijn er genoeg. Geen groter genoegen dan het voordragen van ‘Aan Rika’ van Piet Paaltjens:

Gij vreesdet mooglijk voor een spoorwegramp?
Maar, Rika, wat kon zaalger voor mij zijn,
Dan, onder hels geratel en gestamp,
Met u verplet te worden door één trein?

De vrouw tegenover vroeg het zich niet af. ‘Meneer, wilt u uw muziek wat zachter zetten.’ De man met een streepjesoverhemd schrok op uit zijn luisteren. En trok de oortjes uit zijn oren. De schelle dreun bleef. De man schuin tegenover hem werd aangetikt. Hij trok ook zijn oortjes eruit en liet ze eruit. De man met het streepjesoverhemd deed de oortjes weer in en de beat was weer terug.

Ergens klonk een luide klank. Het hield even plotseling op als dat het begonnen was. ‘Ja, met mij. Waar ik ben’, liet een vrouwenstem volgen. ‘Nee, hij staat nog stil. Er is geen personeel. Wacht… De deuren gaan dicht. Hij vertrekt. Ja, ik ben om zeven uur thuis.’

Ik keek dromerig weg en zag het perron wegglijden. Het hels geratel en gestamp van de oortjes werd overgenomen door het gesuis dat de lucht in het bedompte rijtuig weer wat in beweging bracht.