Een kleine fietser en nog een kleine fietser reden mij tegemoet bij het hardlopen. Een tiental meter achter de twee jonge fietsers holde een vader. Hij hijgde net als ik van de warmte, maar holde dapper achter zijn kroost aan.

Ik was weer thuis, strekte mijn benen op de poef en beloofde Doris dat als ze groot was ze ook achter of voor mij mocht fietsen bij het hollen. Want voordat ik ging rennen hadden we weer geoefend. Ze remt nog een beetje vaak, maar het gaat steeds beter. Zelfs zo goed dat Inge er een filmpje van heeft gemaakt. Nu hol ik vooral achter haar aan, in plaats van zij achter mij.