Hij liep voor mij en de man die ik inhaalde uit. Een klein Jack Russeltje dat zonder moeite de stenen trappen van het station ophuppelde. ‘Zinedine’, sliste de man snel naar het dier. ‘Zinedine.’ Het dier reageerde niet en huppelde door tot het op het bordesje stond. Op weg naar de volgende trap die leidde naar het oude perron. Weer sliste de naam van de voetballer over de treden van de trap. ‘Zinedine hier. Zinedine hier.’

Het dier moet op het toppunt van de roem van de Franse voetballer zijn aangeschaft. Ik schatte het enthousiaste dier op een jaar of vier, vijf. Precies het jaar dat de voetballer op de lijst met 100 beste Fifa-spelers stond, vertelt Wikipedia mij.

Nu was iedereen de voetballer vergeten, behalve de hond en zijn baasje. Voor het dier de reden niet te luisteren en voor de baas om de naam niet te hard over het perron te roepen. Het vernoemen van een hond naar een voetballer is humor. Het vernoemen van een kind naar een voetballer of lievelingsclub, vind ik meer een vorm van marteling.