Dank u wel, zei ik en ik knikte naar de dame in de auto. Ze had zo alleraardigst op mij gewacht terwijl ik aan kwam rennen. Zeker, ik had voorrang, tenminste als voor hardlopers dezelfde regels gelden als voor fietsers. De raampjes stonden open, dus ze kon mijn dank goed horen,

‘Niet graag gedaan’, ving ik op en ze gaste weg. Ik wist niet of ik het goed gehoord had. Het voelde in elk geval of ik leeg liep. Ik was oprecht dankbaar. Als je dan hoort dat dit niet van harte gedaan is, wens je achteraf dat ze mij gewoon voor de sokken gereden had.

Als ze dat liever gedaan had.