Hoe vreemd een constatering kan zijn. We waren al een paar keer de ingang van onze knalgele stacaravan binnengetreden en hadden nog niets gezien. Even later merkte ik de wespen die af en aan vlogen. Een nest solide gebouwd en aan elkaar gespeekseld, waar zichtbaar hard gewerkt werd aan het nakomelingenschap.

We raakten een beetje in paniek. Een wespennest. Nu waren ze nog lief voor ons, maar zou dat zo blijven. We hoeven maar de dagen te tellen en de jacht, liefde en bouwlust zoude worden verruild voor de verleidingen van de zoetigheid. Nu konden we nog rustig buiten een glaasje cola drinken, maar dat zou straks verdwijnen. De hel lag niet een eind van ons bed, maar hing in een korfje boven de deuringang.

De campingbaas gaf op onze noodkreet het antwoord dat we het zelf maar moesten opknappen. We zochten het nummer van de gemeentedienst die ons zou verlossen van dit kwaad. Tot we maar onze vriend en imker Ronny belden. Misschien wist hij wel raad met deze jongens. In kleur en afstamming stonden ze niet zover van de bij. Ze leven immers ook in een volkje, zo ontdekten wij. ‘O, reageerde hij droogjes. Dat kun je makkelijk zelf doen.’
Hij surfde wat rond op internet en adviseerde om zelf het gif te spuiten. Al wordt op menig forum paniek gezaaid en verwezen naar het ziekenhuis. Het kan gewoon zelf, als je maar je boerenkoolverstand gebruikt.
We liepen zo met onze ziel onder de arm dat het de buurman opviel. Toen we hem over het wespennest vertelden liep hij naar achteren en toverde een gele fles Sprigone tevoorschijn. ‘Straks als het donker is even spuiten en je bent van je wespennest verlost’, gaf hij er als tip bij.

We hebben de duisternis opgewacht, getost en gevochten wie het nest in mocht spuiten. Bibberend van de spanning, in afwachting van de vermeende lijdensweg waar de fora zo mooi mee dreigden, spoot ik het goedje in het rond. Het leger wespen rond de ingang die het nest bewaakte stortte naar beneden. Daarna spoot ik gretig het gat in. Prikte met het tuitje nieuwe gaten en spoot dat het een lieve lust was. Ik hoorde de wespenlichamen wegbranden in het inferno dat zich in het nest moest afspelen.
De wachters die naar beneden waren gevallen krabbelden tussen de spijlen van de deurmat hun doodsstrijd. Ik heb ze het genadestootje maar gegeven en voelde me een moordenaar. In de nacht werd ik achterna gezeten door de geesten van al die gedode wespen. Het waren gruwelijke nachtmerries. Pas bij het krieken van de dag keek ik tevreden naar mijn arbeid. Geen wesp vloog er meer uit of in. Heel even zoemde een wesp naar de ingang, maar nog voor hij de ingang bereikte, keerde hij om. In deze woesternij zag zelfs hij geen heil.

Bekijk de film toen ik met de fles nog niet was langsgeweest.