Wolkers’ De walgvogel had ik ergens in mijn middelbare schooltijd gelezen, het prijkte waarschijnlijk op een lijst. Na de aanschaf van de dikke pil De vroege werken in 2005, verkocht ik mijn exemplaar op de Almelose boekenmarkt.

Twee weken terug heb ik weer een exemplaar gekocht, omdat de omslag zo mooi is. De groene letters van de titel kleuren je met walging en de binnenkant van de omslag is net zo jaren zeventig groen als de plastic televisietoestellen toen waren, al gaf het beeld van deze toestellen zwart-wit.

De vroege werken zijn te zwaar om mee te nemen en de eerste druk is veel beter hanteerbaar. Ik werd gestimuleerd het boek te herlezen door het fragment van Wolkers dat Trudy Dehue liet zien bij de Zomergasten van 9 augustus. De schrijver leest hier het eerste hoofdstuk voor, waar hij een mooi taalspel opvoert, boordevol met stilistische verwijzingen naar bijbelboeken als Jesaja. De hoofdpersoon slaat met de klewang het hoofd van Colijn op een verkiezingsaffice stuk. Wat dan volgt heb ik hier in huis de laatste drie weken vaak geciteerd:

Gerechtigheid is geschied. De wreker naast God. Petroleum zijt ge en tot petroleum zult ge wederkeren. Wie met de klewang slaat zal door de klewang vergaan. (10)

Woede kan som mooie literatuur opleveren. Een week later stond het boek weer in mijn boekenkast. Ik had hem gekocht met een bundel latere romans die ik per vergissing ook op de Almelose boekenmarkt had verkocht. Ik leefde destijds in de veronderstelling dat deze boeken tot het vroege werk behoorden.

De herlezing bevestigde mijn leesplezier van weleer. Wat een verrukkelijk boek om te lezen is De walgvogel. Al bestaat de helft van de roman uit het verhaal dat al in Kort Amerikaans is opgevoerd, het verhaal van de oorlog en de oom die in huis woonde. Deze aspecten zijn ook meegenomen bij de verfilming van Terug naar Oegstgeest.

De walgvogel hoort bij mijn weten samen met Hermans’ Ik heb altijd gelijk tot de weinige romans in de Nederlandse letterkunde die over de politionele acties in Indonesië handelen. In beide romans wordt een negatieve houding aangenomen over de militaire acties van de Nederlanders, waarbij veel slachtoffers vielen. Saillant detail is dat beide schrijvers nooit meegevochten hebben in 1947 en 1948 bij de politionele acties.

Natuurlijk bevat het boek veel scènes met de broek naar beneden, maar ergens lees ik ook veel liefde en tederheid. Zo is de hoofdpersoon tot alles bereid om de liefde van zijn leven, Lien, te krijgen:

[D]at Lien de ware was. Altijd gebleven. Dat ik voor haar me mijn hele leven op een kantoortje zou willen afbeulen. Als ik haar maar iedere keer thuis zou vinden na het werk. Dat ik alles af zou willen zweren om met haar een gezin te hebben. (350)

Dat noem ik nou onvoorwaardelijk liefde.