Bij het lezen van een artikel over de hogesnelheidslijn van Amsterdam naar Parijs, het stond vorige week in weekendbijlage van NRC Handelsblad, verbaasde ik mij opnieuw over de relatie tussen Nederland en België. België schreeuwt moord en brand over de Westerschelde, maar heeft ergens aan het einde van de jaren ’90 besloten geen aparte hogesnelheidslijn tussen Antwerpen en Brussel te maken, maar het bestaande spoor te vernieuwen. Daarmee sukkelt de trein dadelijk tussen Antwerpen in Brussel met 160 kilometer per uur.

Je kunt je afvragen of een hogesnelheidslijn zin heeft met afstanden tussen steden van enige tientallen kilometers, maar waarom heeft Nederland wel een hsl aangelegd terwijl het wist dat België niet zou meegaan? De prestige won het van de realiteitszin.

Ik herinner mij de teleurstelling, ergernis en ook boosheid dat België een afspraak uit 1989 niet nakwam. Het was in 1999 en ik reed over de gloednieuwe hogesnelheidslijn van Brussel naar Parijs. In nauwelijks anderhalf uur tussen de twee hoofdsteden. Naar mijn oordeel was ook het beste geweest dat de trein tussen Amsterdam en Parijs alleen in Brussel zou stoppen, dat zou pas echt schelen in tijd.

Het beste alternatief was geweest om mee te gaan met de Belgische modernisering en tussen Amsterdam en Rotterdam de baan geschikt te maken voor 200 kilometer per uur en gelijk viersporig te maken. Dat zou geen tijd schelen, maar wel heel veel geld en geluidshinder…

Zoals altijd heeft de politiek een ‘en-en’-beslissing genomen en niet een ‘of-of’.