Een promotie had ik niet eerder meegemaakt, maar voor mij brak Frank Landsbergen gisteren het ijs. Hij promoveerde op de semantische en syntactische ontwikkeling van het werkwoord krijgen. Een roodgekleurd boek boordevol met grafieken en computersimulaties. En ook Engels. Vreemd gezicht blijf ik dat vinden als er dan een midden in zo’n zin het Nederlandse ‘krijgen’ staat, ook nog eens cursief geschreven om te benadrukken dat het echt daar om gaat.

Het was zeker een interessant verhaal en het theaterstuk dat zo’n verdediging toch is, maakt het allemaal nog spannender. Zeker als je het boek ook pas na afloop bemachtigt, maar dat kwam ook doordat de treinen niet op tijd reden. Het was ergens een wonder dat ik nog stipt om 16.15 uur de ruimte binnenkwam. Waar het Leids kwartiertje niet goed voor is.

De dissertatie van Frank, Cultural evolutionary modeling of patterns in language change, Excercises in evolutionary linguistics, gaat uit van de evolutie van taal en demonstreert eigenlijk dat taal zich ontwikkelt. De metafoor die zijn promotor, Arie Verhagen, vervolgens gaf, was dat de wetenschap ook evolueert. Telkens met een klein stapje naar voren.

Na de borrel liep ik met een vriend naar zijn huis om een hap couscous te eten. Daar vroeg ik mij hardop af hoe het nu met de evolutie van een stad als Leiden zit. Ik woon er nu zeven jaar niet meer en probeerde de verschillen en overeenkomsten te zoeken. Door het smalle steegje passeerde mij een man met een grote baard en een dikke buik. De fiets zwabberde over de kinderkopjes en het stuur rammelde zo hard dat het leek of hij voortdurend aan zijn fietsbel trok. Ik zag voor mij hoe een jongere versie van de man een andere man in de haren vloog in de mensa, aan de Kaiserstraat.

Wat verderop stonden deuren van studentenhuis open, rolde de lucht van verschraald bier naar buiten en zag ik door het open raam twee fietsen gestald staan tegen een groene bank boordevol met donkere vlekken. Midden op de brug van de gracht stonden studenten gezellig te kletsen. Fietsers probeerden hen te ontwijken. Zij deden hetzelfde waardoor fietsers en kletsende studenten elkaar alsnog tegenkwamen. ‘Als Leiden zich evolueert, dan gaat dat heel langzaam’, zei ik. ‘Zo langzaam dat wij dat niet meer meemaken’, concludeerde Michaël. ‘Het gaat zo langzaam dat we eigenlijk niet weten of het vooruit of achteruit gaat’, bevestigde ik.