Melvin – Claudia staat in grote letters op het kleed- en toilethokje bij het strandje aan het Weerwater. De rode spuitbus spoot de rest van de verf op aan de vorm van een hart die om de twee namen gecirkeld staat. Geen ruimte van het kleedhok is meer over, alles is vervuld van Claudia en Melvin.

De gele deuren staan volgekalkt met namen en liefdes waarvan een groot deel verlopen is. Verloedering noemen ze dat, als een huisje volgespoten is met graffiti en de ene letter de andere overschreeuwt. Melvin en Claudia hebben gewonnen, want de eenzame hardloper ziet deze namen hem toeroepen.

Het strand ligt aangeharkt en schoon voor het water. Een vrouw ligt op haar zij, naast haar zit een klein jongetje. Verder is alles verlaten en streelt het water zachtjes over het aangeharkte strand.