Z’n pootjes klemden zich om haar wijsvinger zoals hij zou doen rond het stokje in een vogelkooitje. Hij bleef rustig zitten, op zijn gemak en zij hield haar hand net zo stil. Hij draaide zich om en bekeek de reizigers aandachtig. Op het tafeltje bij het raam lag een doosje met daarop de naam van een dierenwinkel.

Een vreemd gezicht zo’n blauwe parkiet als medereiziger. Hij zit net zo frank en vrij als de rest. Ze aait lief over zijn rug. Het dier geniet van de knuffelpartij en voelt zich al helemaal thuis bij zijn nieuwe eigenaar. Het meisje haalt haar vinger naar haar mond en kust de vogel op zijn snavel. Zijn kop gaat wat omhoog en pikt in d’r haar. Er klinkt een fluit door de trein, zoals een bouwvakker met teveel testeron fluit naar een meisje in een te kort rokje die langs een bouwplaats loopt. ‘Da’s voor jouw Piet’, roept een vriendin van het meisje. De vogel kijkt om zich heen, maar ziet zijn soortgenoot niet.

Het meisje draait met haar vrije vingers een shaggie. De vogel gaat met zijn snavel naar het mondstukje van de shag, dat ze wat kleiner heeft gedraaid. ‘Pietje wil ook een hijs’, gilt een andere vriendin. ‘Niet doen Piet. Da’s dodelijk. Ook voor Pietjes’, roept de tweede vriendin. ‘Ze zijn gek op fruit’, zegt de andere vriendin weer. ‘Ja, die van mijn moeder eet appel.’ Pietje heeft op dit moment meer interesse in de shag.

We naderen Utrecht en er klinkt een gillen vanuit de hoek van de meiden. Even denk ik dat de vogel gevlogen is, maar ze heeft hem in het doosje gestopt. Pietje geeft een ritmisch geluid en vult ermee de trein. Het geluid sterft weg als de meiden naar de deur lopen, maar houdt pas op als ik al ver van ze verwijderd ben op het perron.