Hij dreef op de golven, liet zich omhoog hijsen en dook op het hoogste punt het water in. De donkere luchten dreven mijn kant op vanuit het IJmeer. Achter de dijk zag ik dat de regen viel in het centrum van Almere Stad, om de hoge kantoortoren in aanbouw heen.

Ik tuurde over de golven en speurde naar de aalscholver. Hij kwam niet meer omhoog. De golven klotsten over hem heen en sloegen in druppels uiteen op het moment dat ze basaltblokken raakten. Ik holde verder in de gedachte dat het dier daar ergens onder water op jacht was naar het één of ander.

Ik was al bijna de hoek van de dijk om toen hij opeens opdook. Er glom iets in zijn bek, het spartelde met nog maar één kant naar buiten. Het laatste stukje hapte zijn snavel zo snel naar binnen dat ik niet kon zien of het de kop of de staart van de vis was.

Daar worden die vissers zo boos om. Volgens hen vissen de aalscholvers het IJsselmeer leeg. Ze vergeten dat deze vogels geen supersonische navigatie hebben om de vissenscholen te bepalen. Zij duiken het water in om eerlijk een visje op te happen.

Wat verderop zag ik een andere aalscholver het water induiken. Hij bleef lang weg en kwam zonder prooi omhoog. Het gaat dus ook weleens mis. Ze verzamelden zich wat later en een formatie in de vorm van een V vloog over het IJsselmeer van mij weg. Op weg naar warmere oorden.